1. Aankomst

¡Hola mis amigos! Het komt u wellicht koud op het dak, maar wij zijn gisteren de hitte van het Nederlandse ontvlucht en bevinden ons hoy in de pittoreske bed & ontbijt herberg El Aguila Libre te Alfarnatejo, welke deskundig uitgebaat wordt door onze goede vriend en herbergier Arend en zijn lieftallige vrouw Denise, bij een dragelijke temperatuur van om en nabij de 27 graden en een fijn verkoelend briesje. Enkele van u weten dat een mens het slechter kan treffen. En traditiegetrouw worden er rond onze aankomst in diverse aanpalende dorpen uitbundige feria’s georganiseerd waarbij kosten noch moeite worden bespaard om ons gunstig te stemmen en ons verblijf te veraangenamen. Zo werden we gisteren getracteerd op een zogenaamde recreacíon waarbij de strijd om het vergulde beeld van de maagd van Monsalud uit de zeventiende eeuw werd nagespeeld waarbij moren en christenen elkaar zoals te doen gebruikelijk in die dagen elkaar vakkundig het leven zuur maakten door moord en brand en andere narigheid. Uiteindelijk hebben de christenen gewonnen en op die manier het beeld terugverkregen waardoor het koninkrijk van Granada werd veiliggesteld. Dit werd dus gisteren door getalenteerde acteurs en figuranten en luide knallen dunnetjes overgedaan in het decor van Alfarnate wat zich voor zulke evenementen uitstekend leent. Onnodig te melden dat ook deze keer de moren het moesten ontgelden.

Daarna zijn we naar Los Romanes getogen waar een optreden van de door ons zeer gewaardeerde Free Soul Band met de geweldige bluesband Fernando Belaztegui y Los Culpables in het voorprogram het begin van onze vakantie opluisterde zodat we kunnen stellen dat deze eerste dag een doorslaand succes genoemd kan worden. Het lichte prikkeltje in mijn hoofd deze ochtend bewijst dat in ieder geval wel.

2. Feestelijkheden

Ook op de tweede dag van de feestelijkheden omtrent ons bezoek werd weer alles uit de kast getrokken om er weer een feestje van te maken, ondanks dat het een doordeweekse maandag betrof. In het buurdorp Alfarnate was de lokale bevolking en masse de straat op gegaan om te genieten van de zon en van de volop verkrijgbare tapas en drankjes en dit alles onder niet onverdienstelijke klanken van de plaatselijke harmonie die van kroeg naar kroeg toog en zodoende zorgde voor een uitgelaten sfeer. Wat ook niet onvermeld mag blijven is de uitbundige en soms ongekend fraaie uitdossing van de op het feest aanwezige dames. Gehuld in traditionele flamengojurken -en jurkjes stalen zij de show deze dag. Ondanks mijn nauwkeurige voorbereiding kon het toch gebeuren dat ik mijn camera was vergeten en dus zult u het vandaag moeten doen met wat kiekjes van mijn telefoon van een niet nader te noemen fruitmerk.

Om het feestgedruis een beetje te ontlopen zijn we maar gaan dineren bij de Venta de Alfarnate, waar we al talloze keren voorbij zijn gekomen, maar er nooit de maaltijd hebben gebruikt. De Venta is een herberg uit de 17e eeuw en daarmee de oudste van Andalusië en werd in vroeger dagen gebruikt als tussenstop als men van Malaga naar Granada of vice versa reisde. Wat tegenwoordig een tripje van 2 a 3 uur is, was vroeger, toen men te voet of per paard reisde wel anders en was zo’n tussenstop een zeer handige en welkome faciliteit. Omdat op deze reizen vaak het geboefte en gespuis van die tijd werd overgebracht naar Granada omdat daar de gerechtelijke macht zetelde, had men in de Venta een kerker gebouwd waar men het tuig kon opbergen gedurende de nacht. Deze cel is nog steeds aanwezig en voor publiek opengesteld voor bezichtiging.

De maaltijd was rijk en boers en volgens mij nog van receptuur uit de vervlogen dagen van weleer. Ik had gekozen voor de rabo, wat wij kennen als ossenstaart, waarvoor ik een zwak heb sinds ik het een keer voorgeschoteld kreeg door mijn ome Jan zaliger die dit lastige gerecht als geen ander kon bereiden. Zijn Spaanse collega had zeker zijn best gedaan en ondanks dat ik heerlijk heb gegeten, kon het toch niet tippen aan die van mijn oom.

Na een fijne wandeling om de spijsvertering op gang te krijgen werd er op ons logeeradres door de waard een muziekavond georganiseerd waarbij wij als deelnemers het alfabet af moesten en bij de toegewezen letter een artiest of lied moesten noemen en daarmee werd onder zijn kundige spelleiding de avond ook weer een groot succes. Morgen hebben we een rustdag om ons voor te bereiden op een zeer spannend evenement, maar daar kan ik u nog niets over zeggen!

3. Het Koningspad

Na alle feestelijkheden in de verschillende dorpen zijn we een een dag naar het strand te Malaga gegaan om eens flink gezandstraald te worden want er stond een stevige zuidwester en dat is fijn voor de in grote getale aanwezige kitesurfers maar voor ons toch iets minder plezant. Maar wij kennen onze plekjes en wisten dat er een inham is waar je beschut tegen de wind lekker kan bakken. Toen het eind van de middag ook nog begon te regenen zijn we maar weer richting de herberg gegaan waar we kennis maakten met een aantal nieuwe gasten die hier voor het beoefenen van hun wandelsportliefhebberij een arrangement hadden geboekt. Het was natuurlijk niet mogelijk om hen net zo’n warm onthaal te geven als dat wij hebben ontvangen, maar we hebben dat met een paar flesjes wijn en wat kaas en worst toch redelijk weten te benaderen en zo weer eens nieuwe vrienden gemaakt. Ik mag wel stellen dat El Aguila Libre verantwoordelijk is voor een hoop vrienden zoals Arend en Denise zelf maar ook Conny en Johnny, Bart en Annemiek, Peter en Natas, Steve en Linda, Deutsche Peter, Ben, Evita Hennie en Pieter, Toos en Herman, en nu ook Cees en Maarten, twee superaardige mannen die net als wij ook van een goed glas houden. Net als al die anderen trouwens.

Het zal u inmiddels niet zijn ontgaan dat wij gisteren levensgevaarlijke toeren hebben uitgehaald door El Caminito Del Rey te bewandelen. Vrij vertaald heet dit Het Koningspad omdat Koning Alphonso de zoveelste er een keer naar heeft gekeken en een lintje doorgeknipt. Niet dat hij het zelf belopen heeft; nee, daar had ‘ie personeel voor. Hij had trouwens een aanzienlijke hoogtevrees dat een wandeling over dit pad niet ten goede komt omdat het op zo’n 100 meter hoogte langs een klif on over een kloof loopt. “Wat een gekken” hoor ik u denken, maar in vroeger dagen kon men door dit pad zo’n 40 km afsnijden van de route Malaga – Anquetera. Dat scheelt nogal als ge te voet of per paard bent. Anyway. Wij dus over dat pad en dan moet u weten dat de hoogtevrees van mijn echtgenoot vele malen groter is dan die van zijne majesteit Alphonso. Maar hij heeft het dapper volbracht al stond het zweet hem in de handen en waar al niet meer. En er zijn mooie plaatjes van en daar deden we het voor.

Daarna nog wat sightseeing in Campillos en Villanueva del Rosario dat precies aan de andere kant van de berg van Aguila Libre ligt. In Campillos konden we geen menu del dia krijgen maar alleen a la carte. We dachten dat ons wel weer een poot zou worden uitgedraaid, maat niets bleek minder waar. Voor het lieve bedrag van 17 en een halve Spaanse euro’s hebben we met zijn tweetjes er een heerlijk 3 gangen lunch genoten. Kom daar nog maar eens om heden ten dage!

4. Vejer de la Frontera

U zal wel ongerust zijn lieve vrienden: eerst als bij donderslag bij heldere hemel op vakantie gaan en dan na drie stukjes niets meer laten horen! Welnu; het gaat prima met ons en zijn gezond van lijf en leden!

Donderdag hebben we onze vrienden van El Aguila Libre gedag gezegd en zijn verder getrokken naar onze volgende bestemming: Vejer de la Frontera. Dat was een ritje van 3 uur over € 20,- tolweg. Kost wel wat, maar dan kunt ge lekker scheuren over ’s lands wegen want er rijd geen kip of kraai op de weg. Aangekomen in ons nieuwe, klein maar van alle gemakken, inclusief een flink dakterras, voorzien appartemiento hebben we snel onze tassen uitgepakt en gekeken of er nog strand in de buurt was. Welnu, dat was er. Kilometers lang. Vejer de la Frontera, niet te verwarren met Conil de la Frontera of Jerez de la Frontera, is gelegen op een berg en vanaf ons dakterras geeft dat schitterende vergezichten met de zee als fraaie achtergrond. Sinds we hier bivakkeren hebben we een drukke en strak ingedeelde dagplanning. Zo moest er eens goed uitgerust worden na alle feesten en partijen bij onze Aguila vrinden. En het dorp moest natuurlijk worden verkend en worden onderzocht op goede restaurants, eetgelegenheden en andere bezienswaardigheden.

Vejer de la Frontera is een oude moorse vestingstad strategisch boven op een berg geplaatst en geldt volgens kenners die er verstand van hebben als het witste van de witte dorpen die men hier in Andalusië te kust en te keur kan vinden. Het is een toeristische trekpleister maar dan vooral voor Spanjaarden zelf. Er zijn weliswaar genoeg andere nationaliteiten aan te treffen, waaronder opvallend veel Vlamingen, maar niet genoeg om het onder massatoerisme te scharen.

We hebben hier ook alle gelegenheid om ons Spaans te oefenen en zo zaten wij bij een van de betere restaurants aan een overheerlijk stoofpotje van kalfswangetjes in een saus van vermouth. Er zat echter nog een bijzonder smaakelement aan wat ik niet kon thuisbrengen. Dus vroeg ik aan de ober: ¿Cuál es el sabor en la salsa que no reconozco? (wat is toch die smaak in de saus die ik niet herken?). Meteen werd de kok erbij geroepen en werd mij in zuiver Andalusisch uit de doeken gedaan wat er allemaal in zat. Vermouth natuurlijk, uien en knoflook. Maar ook zanahorias. Ondanks het stevig instampen van de eten- en drinkenwoordenlijst lukte mij het niet de juiste vertaling te vinden. De vragende blik in mijn ogen zei hem genoeg, dus wendde hij zich tot zijn collega, de ober. “Que es zanahoria en Inglais?” Vroeg t ie. De ober haalde onwetend zijn schouders op en met een bekend gebaartje met zijn handen en tanden zei hij: “Como Bugs Bunny”. Ah, wortel dus! Juist. We konden slechts met moeite onze lach inhouden, maar van de lijst met ingrediënten kon ik toch de smaak niet herkennen. “Y vanilla” was de laatste toevoeging van de kok. Dát was ‘m!

5. Surfing

Ik ben gebroken, dames en heren! Fysiek helemaal aan gort. Hoe dat komt? Nou, ik zal het u vertellen. De afgelopen 3 dagen heb ik mijzelf laten onderrichten in de vaak ondergewaardeerde sport van windsurfen. Dat is ook mede de reden dat u de dagelijkse beslommeringen van mijn man en mij even moest missen. Maar goed. Mijn instructeur Stephane, een koele surfdude, was niet te beroerd om mij op de plank te zetten en na vijf minuten theorie me een duwtje richting het ruime sop te geven. Natuurlijk lazerde ik er na twee seconden al af, maar “de aanhouder wint” zegt het gezegde, en na twee uurtjes kon ik al voorzichtig een draaitje produceren door middel van een gijp. Maar het was zwaar, zeker door de windkracht 4 met uithalen naar 5 dus ik had een uur later al spierpijn in al mijn spieren en ook in die waarvan ik het bestaan nog niet wist.

Ondanks de aantrekkende wind en het opkomende tij ging de les op dag 2 gewoon door en kreeg ik zelfs al een groter zeil (voor de kenners: een 2.5) en met vallen en opstaan ging het al een stukje bij beetje beter en kon ik wel 10 seconden (!) op de plank staan zonder er vanaf te pleuren.

Op dag 3 was het zeer laag tij dus moest ik mijn oefeningen halverwege de straat van Gibraltar uitvoeren. “Niet te dicht bij Marokko komen” riep Stephane nog. Met een nog groter zeil (3.0) had ik er een stevig tempo in. Gelukkig wist ik op tijd overstag te gaan en een aanvaring met Noord-Afrika te vermijden.

De rest van de vakantie zal ik hard nodig hebben voor herstel van bovengenoemde spierpijnen en andere kwetsuurtjes. En er zullen nog heel wat uurtjes oefenen nodig zijn om soepeltjes en op een been te kunnen windsurfen, maar het was een fantastische ervaring! Au!

6. Isla de Palomas

Daar stonden we dan voor het gesloten hek van Isla de Palomas, ook wel Isla de Tarifa of Isla de Juno genoemd. Ge kunt tenslotte geen namen genoeg hebben. Maar het was wel op slot. Dit voormalig eiland dat door middel van een pier aan het vaste land bij Tarifa tot schiereiland is gemaakt is het allerzuidelijkste puntje van Spanje en heeft een mooie vuurtoren. Maar het is ook een reservaat dus helaas voor de toeristen en dagjesmensen: u komt er niet in! Dat hadden ze wel eens in de reisfolder mogen vermelden! Nu is Tarifa zelf een havenstad en men komt er het liefst alleen om weg te gaan of om aan te komen en vervolgens op huis aan te gaan. En behalve een oud fort dat ge in ieder zichzelf respecterend klein tot middelgroot stadje kunt vinden was er niet veel bijzonders te ontdekken. Ja, van die glass-bottom boats waar toeristen per 500 stuks op worden vervoerd naar de straat van Gibraltar om er dolfijnen, walvissen, zeepaardjes en ander zeeleven te spotten. Nou, die heb ik al gezien dus laat maar zitten. Maar, en nu komt het: er zit een geweldig Italiaans restaurant tegenover de haven en daar kwamen we per toeval terecht. Heerlijke voorgerechtjes en pasta’s. Van echte Italianen. Restaurante Perbacco. Zegt het voort!

We hebben ook nog een tripje gemaakt naar Medina-Sidonia dat een halfuurtje landinwaarts van ons ligt en wordt beschouwd als een van de oudste steden van Europa . Maar wat heeft die Feniciërs toch bezield om iedere kolonie of nederzetting die ze stichtten boven op een berg te plaatsen? Echt handig is dat niet, zeker als toentertijd er geen gemotoriseerd verkeer mogelijk was. Ja, je hebt mooie uit- en vergezichten en daarmee ook goed overzicht, maar men had ook een beetje vooruit kunnen denken en rekening kunnen houden met die arme toeristen die naar hun fraaie bouwsels en opgravingen zouden komen kijken. Mijn knieën zijn ervan versleten. Maar goed, de Stad van Sidon is een leuk uitstapje en met aardige mensen, maar neemt uw handen en voeten mee want het Spaans dat zij spreken is met zwaar Andalusisch dialect, doorspekt met een Fenicische tongval.

7. Trafalgar

Ik heb u reeds verteld dat wij bivakkeren in een alleraardigst appartementje in plaatsje Vejer de la Frontera, maar voor onze strandactiviteiten reizen we af naar het plaatsje Los Caños de Meca dat 15 km naar het zuiden is gelegen aan de baai van Trafalgar. “Daar heb ik eerder van gehoord” is een vaak gehoorde reactie. En dat kan. In het Engelse Londen is een beroemd plein dat Trafalgar Square heet. Dat hebben ze niet zo genoemd omdat ze de stranden hier ook zo mooi vinden, maar omdat de man wiens standbeeld daar op het plein staat, de Engelse admiraal Horatio Nelson hier de Frans-Spaanse coalitie vloot versloeg en in de pan hakte en historici menen dat Napoleon de slag nooit te boven is gekomen en dat het ook het begin heeft ingeluid van het verval van het grote Spaanse rijk. Dus waar ik hier schitterende uitzichten geniet met de vuurtoren van Trafalgar op de achtergrond, vond 211 jaar geleden een bloederige zeeslag plaats waarbij meer dan 6000 doden zijn gevallen waaronder Sir Horatio zelf. Vreemd genoeg hoor je de Spanjaarden hier zelden over.

Tot zover de geschiedenisles. Gisteren hadden we gebruik gemaakt van het fenomeen Tripadvisor om een goed restaurant te vinden waar men kwaliteit levert tegen schappelijke prijzen. Zo vonden we daar Corredera 55, een smaakvol ingericht etablissement met vrolijke bediening. En dezelfde naam als het adres. De camerero sprak vloeiend Spaans ondanks zijn niet alledaags Spaans voorkomen. Toen we de jongeman in het Engels met twee Engelanders aan de bar hoorden converseren konden we niet om het vette Nederlandse accent heen en jawel: nader onderzoek leerde dat hij uit Arnhem kwam, ooit een verkeerde afslag had genomen en nu een prima restaurantje bestierde waar we overheerlijk hebben gegeten. Een aanrader is de kip uit de oven en alle nagerechten.