4 en 5 juni 2015

Dag 4 en 5

Ja lieve lezers en lezeressen, u leest het goed: vandaag een verslag over twee dagen. Niet dat ik mij er met een Jantje van Leiden vanaf wil maken, maar ik kan u zeggen dat wij dag 4 niets gedaan hebben dan koffie gedronken, gegeten bij het gezellige El Pijama’s en afgesloten met een leuke fles van een lokale viñorette. De overige beschikbare tijd hebben we besteed aan luieren en nietsdoen op ons heerlijk terras dat van alle gemakken is voorzien, zoals ligbedden en zitstoelen alsmede een tafel en een parasol. Ons uitzicht over de boomgaard verveeld vooralsnog geen moment; sterker nog het is een en al spektakel en entertainment. Ik zal er wat meer over vertellen.

Finca El Parral ligt net buiten San Martin de Valdeiglesias in een reservaat voor vogels. Dat houdt in dat mensen door internationale én Spaanse wetten gedwongen de vogels met rust moeten laten op straffe van geldboetes en lijfstraffen bij herhaling. Het is hier dan ook een komen en gaan van diverse soorten gevleugelde vrienden, want die hebben inmiddels wel door dat van die rare snuiters niets te vrezen valt. Van huismussen (Passer domesticus) tot keizersarenden (Aquila adalberti) en van de zwarte specht (Estorino) tot de steenuil (Mochuelo). Het gerucht gaat de ronde dat hier zelfs een wielewaal is waargenomen, maar dat kan ik nog niet bevestigen. Zelf hoop ik nog eens een hop te kunnen spotten; een vogel die ik slechts van tekeningen en foto’s ken.

Het hier dus een komen en gaan van de diverse flierefluiters, hetgeen ook de nodige spanningen met zich meebrengt. Zo bedacht een mussenjong om vanmiddag het nest te verlaten, hetgeen duidelijk geen voed idee bleek. Na de landing kan het beestje nauwelijks meer dan 10 cm van de grond komen. De ouders en diverse ooms en tantes probeerden met alle macht het kind middels een spoedcursus vliegen voor beginners de techniek van het vliegen bij te brengen, maar ik heb sterke twijfels of dat nut heeft gehad. De steenuil was namelijk al vroeg wakker vanmiddag….

U ziet: never a dull moment hier. Tomas, het Spaanse boertje waar u al eerder kennis mee maakte en die hier de moestuin en de paarden verzorgt ( en overigens niet echt 106 is, maar veel zal het niet schelen) wist ons te vertellen dat afgelopen nacht een wild zwijn heeft ingebroken in de moestuin om eens heerlijk door de vochtige aarde te woelen, daarbij de pas aangeplante komkommers niet ontziend. Tomas is een echte dierenvriend, hij verteld me van alles over de vogels (heb ik het idee, ik ben zijn tongval nog niet echt gewend) maar van zijn moestuin moeten ze afblijven! Hij heeft terstond het hek van 25cm met 2 cm verhoogt. Dat zal ze leren!

Dan is er natuurlijk nog Millie, het zusje van Pillie die kort voor onze aankomst het tijdige met het eeuwige inruilde door zich achter een autoband te verstoppen, en Millie ziet in ons een waardig alternatief voor haar zuster en een adequate therapie voor de verwerking van het gemis. En wie zijn wij om het koddige katje niet buitensporig te verwennen met kaasjes en worstjes. Ik hoop dat u dit wel stilhoud tegenover Frenkie, onze eigen poes. Zij is nogal jaloers van aard en kan mogelijk overgaan op sancties tegen onze terugkeer over tweeëneenhalve week.

Morgen kom ik nog even terug op dag 3 omdat we toen ook nog wat hebben meegemaakt, maar dat zou nu te lang duren om te verhalen. Ik hoop dat u hierdoor niet in de war raakt; ik zal steeds duidelijk de dag boven aan het stuk vermelden.

¡Saludos y hasta mañana!

7 juni 2015

Dag 7 (ja, ja, ik loop achter maar alles komt goed! Mañana mañana!)

“Nunca un momento aburiddo a la finca” zegt een bekend Spaans gezegde, hetgeen zoveel betekend als: “op een boerderij is altijd wat te doen, mits er iets gedaan wordt wat de moeite waard is om te vertellen, hetgeen niet als vanzelfsprekend kan worden beschouwt omdat hier natuurlijk meerdere factoren een rol kunnen spelen”

Zoals dat we na de hachelijke avonturen met het wild zwijn van een paar dagen geleden, vandaag verrast werden met een ontsnapt veulen. Nou ja, niet echt meer een veulen, maar zo’n hengst van een jaar of anderhalf, volop in de pubertijd dus met geen 10 paarden weer terug de wei in te krijgen, laat staan alleen door Tomas waarvan we nog steeds niet zijn werkelijke doch vergevorderde leeftijd hebben vernomen, die verwoede doch ineffectieve pogingen ondernam het edele dier weer naar zijn afgebakende stuk weiland te krijgen. Weiland is trouwens niet de juiste benaming, maar ik kan het kurkdroge, bijna kaalgevreten afzichtelijke stuk grond niet anders benoemen. Ik vind het niet vreemd dat Meindert, want zo noem ik de jaarling maar om ook voor u een stukje duidelijkheid te verschaffen, zijn heil elders ging zoeken, want het dorre gras naast de wei is danwel even dor als het zijne, maar tenminste overvloedig aanwezig en ik zou als ik een paard was geweest zeer waarschijnlijk hetzelfde doen.

Tomas had inmiddels een verweerd en aanzienlijk verouderd stuk touw om de hals van Meindert geslagen en werd nu zo’n beetje zelf door Meindert meegesleurd wat toch eigenlijk niet de bedoeling kon zijn. Gelukkig voor Tomas brak het touw en kon hij weer van voor af aan beginnen.

Niet bang voor enig gevaar of andere risico’s toog ik op mijn slippers naar de plaats delict om het oude mannetje een helpende hand te bieden. Nu ben ik redelijk goed met dieren en heb ik een goede vriend die paarden heeft, dus wist ik dat wanneer je iets van een dier gedaan wilt krijgen, een beloning zeer gewaardeerd wordt en de kans op vrijwillige medewerking aanzienlijk kan worden vergroot als zo’n beloning in de vorm van een lekker stuk oud brood word aangeboden. Dit noemt men in hippische vaktermen conditionering, een consequent systeem van beloning en straf. Maar ik dwaal af. Toevallig had ik nog een stukje oudbakken brood over en Meindert en ik waren op slag vrienden voor het leven. Na eerst nog even wat puberale halsstarrigheid kon Meindert door een fikse tik op de bil worden bewogen richting de wei, waar het amateuristisch opgezette schrikdraad tijdelijk even uitgeschakeld was en het verder een peuleschil bleek om Meindert weer op zijn plaats te krijgen. Ontsnappen was trouwens net zo eenvoudig want later die middag bleek Meindert nog twee keer ontsnapt te zijn, maar toen lagen wij alweer aan het strand. Daarover later meer.

8 juni 2015

Ik u zal eens bijpraten over het verloop van de afgelopen dagen want het is weer te lang geleden. Dit is te wijten aan een vroegtijdig maar tijdelijk opgetreden writersblock waar iedere zichzelf respecterende al dan niet als hobbyist schrijvende schrijver vroeg of laat mee wordt geconfronteerd. Maat dit terzijde.

Om onze dagen zo efficiënt mogelijk te besteden hebben we een vast stramien waarop onze dagen zijn ingedeeld. Dat begint met niet al te vroeg op te staan gevolgd door een kop zelfgebakken espresso met de van huis meegebrachte Bialetti Moka Express 2 kops percolator. “Zeul je die altijd mee?” hoor ik u vragen. Ja, is dan mijn antwoord. Vakanties in het verleden hebben aangetoond dat de gemiddelde Europeaan die zijn hoofd -of neveninkomsten wint uit de verhuur van accommodatie aan toeristen zoals u en ik, over het algemeen genomen weinig tot zeer weinig investeert in goede koffiebereidingsapparaatuur en als dit al aanwezig is dit als ondergeschoven kindje rechts achterin in het onderste beschimmelde kastje is weggemoffeld. Dus door schade en schande wijs geworden zeulen we dit met prijzen overladen en inmiddels voor Italiaans design iconisch geworden potje mee op iedere vakantie, want als uw ondergetekende ergens goed chagrijnig en onredelijk boos van kan worden is het wel door het ontbreken van een kop goede sterke koffie aan het begin van de dag. Ik word al kwaad als ik er aan denk!

Na de tweede kop volgt meestal een licht doch voedzaam ontbijt, wat meestal bestaat uit fruit, yoghurt en meergranen muesli of volkoren cornflakes en dat alles goed gemengd en opgediend in een daarvoor bestemd ontbijtschaaltje bij voorkeur van hetzelfde servies als het koffiekommetje maar het is niet onoverkomelijk als dit niet het geval is.

Dan maak ik mijn echtgenoot wakker als die al niet van al die herrie in de keuken is ontwaakt. Na het opfrissen en het implanteren van zijn oogprotheses wordt er eerst een peuk opgestoken. Al dat ontbijtgedoe hoeft voor hem niet zo.

Na het derde bakje volgt een vierde meestal begeleid met een van de lokale patissier bekende specialiteit vaak in de vorm van een roomgebakje. Je moet tenslotte ook voldoende suikers binnenkrijgen tijdens zo’n inspannende en actieve vakantie.

Dan is er tijd voor het raadplegen van de diverse sociale medii alsmede het spelen van enerverende spelletjes zoals daar zijn: freecell, sudoku, wordfued (voorheen bekend als scrabble) en mahjjong. Stuk voor stuk klassiekers die bekend staan om hun ontspannende werking. De boog kan immers niet altijd gespannen zijn. Er moet tussendoor ook nog aan het blog gewerkt worden.

Als er dan voldoende moed is verzameld pakken we de auto en gaan we boodschappen doen, want meestal is de wijn toch opgegaan.
Alle grote supermarktconcerns hebben hier in het dorp een filiaal geopend en onze favoriet is de Carrefour omdat die het dichts bij is en ze werkelijk een fenomenale discjockey in dienst hebben. Bij binnenkomst komen de vrolijke deuntjes je al tegemoet. Niet van die slappe muzak als bij de Appie, maar swingende en opzwepende hits zijn hier het beproefde recept voor goed geluimde klanten en dus volle winkelwagentjes.

Daarna is het rond 14.00 uur tijd om te gaan eten. En in Spanje gebruikt men dan de hoofdmaaltijd. Dit wordt dan als “Menu del dia”, een 3 gangen menu met een glas wijn of water en een afsluitende kop caffe, in diverse horecagelegenheden voor 7 tot 12 Euro aangeboden, met bijpassende prijs/kwaliteitverhouding. Omdat deze maaltijd binnen de siësta valt wordt er zo snel mogelijk opgediend, want na het eten moet men nog een dutje doen, alvorens weer aan den arbeid moet worden gegaan. Het hoeft niet gezegd dat dit laatste voor ons natuurlijk niet van toepassing is en wij onze rust gaan zoeken op het strand.

De temperaturen van boven de 30° zijn zelfs Patrick te gortig en gaan wij dus pas tegen vieren richting het strand. En daar blijven dan tot een uur of acht, half negen. Dat geeft mij tijd om lekker rustig een boek te lezen want daar was ik de hele dag nog niet aan toegekomen.

Eenmaal weer thuis worden de strandlakens uitgehangen, het luie zweet afgespoeld en een flesje wijn opengetrokken. Een begeleidend tapatje erbij en de dag is weer ten einde. Op naar de volgende!

9 juni 2015

Dag 9

Op aanraden van Carmen, onze verhuurster annex hospita annex tourist office, gingen we gister naar het naastgelegen dorp Pelayos a la Presa waar een slagerij gevestigd zou zijn met een reputatie van hier tot Madrid. Woorden konden niet omschrijven hoe goed deze goede man zijn waren waren. Men zou hier van heinde en verre naar toe komen om zijn vlees en kaas te verkrijgen. Omdat we toch die kant op moesten omdat we wilden zien of de stranden hier makkelijker te benaderen waren dan ons eigen strand, konden we op deze manier twee vliegen in een klap slaan en waren we spekkoper. Bram, zo heet ons navigatiesysteem, leidde de weg en voor we het wisten stonden we voor de gesloten deur van de charcuteria want het was maandag en dan had de goede man zijn dagje vrij.

Daar konden we wel wat bij bedenken, want we hadden de avond ervoor (ook hier is dat dus zondagavond) bij de terugreis van het strand naar ons huisje de massale exodus van Madrilianen die in deze contreien het weekend doorbrengen aanschouwd. Gedurende de 15 kilometer die deze weg lang is, stond er één lange file richting Madrid waar de A27 gedurende de ochtendspits jaloers op zou zijn. Waar het dorp de afgelopen 48 uur een bruisend bacchanaal moet zijn geweest, was het nu een stil en verlaten spookdorp.

Het dorp heeft dus zijn bestaansrecht te danken aan de Spaanse toeristen en dat was te zien tijdens onze wandeling langs het strand en de oevers van het stuwmeer. Wat een teringbende en rotzooi hadden ze achtergelaten. En dat terwijl ons strandje, dat we aan de overkant konden zien liggen door de gebruikers altijd spiksplinterschoon wordt achtergelaten. Maar ja, dat heb je met massa’s Madrikezen. Na een fikse wandeling en een mogelijk nog fiksere lunch gingen we Carmen die net het andere appartement aan het tjetten was op de hoogte brengen van het debacle. Ach, morgen weer een dag antwoordde ze adrem en terecht. Maar nu we er toch waren, er was een plekje waar ze net niet bij kon met haar kwast. Of ik …. Ja natuurlijk. Ik was net thuis klaar met verven dus waarom niet? Stond ik dus op mn flipflops op een ladder te schilderen in mn vakantie. Je maakt wat mee. Tegen vieren hadden we het wel gezien en gingen we naar een naburig stuwmeer en daar kwamen we via een ongelooflijk mooi dal en afgeschermd natuurgebied bij La Rinconada. Het natuurgebied heet valle de Iruelas en heet altijd groen te zijn. Dat was ook wat meteen opviel.niets geen dorre landschappen maar groen waar je maar kon kijken. Niet voor niets dat vele inheemse dieren en vogels zoals de keizersarend en de vale gier hier hun intrek hadden genomen en zich een habitat hadden aangemeten. We moeten deze vakantie nog een gaatje zien te vinden om dit eens uitgebreid te bewandelen.

Dat hadden we vandaag al genoeg gedaan dus de gehuurde auto hebben we zo dicht mogelijk aan de waterkant geparkeerd en het eerste het beste vrije strand hebben we het onze gemaakt. Nu wilde het zo zijn dat er echt helemaal niemand, in de verste verte niet, maa ook zover het oog kon reiken, niemand te zien was. Het hele meer voor onszelf deze mooie maandag namiddag. De oorverdovende stilte werd alleen verstoort door het kabbelende water en een of ander irritant vogeltje dat gelukkig enige tijd later door een valk te grazen werd genomen.

Na deze enerverende (ofwel elivrerend, zoals een voormalig collega het nog wel eens abusievelijk placht te noemen) en nuttig gespendeerde dag hebben we samen mer Carmen deze nog eens feestelijk afgesloten met een drupje van het een of andere flesje en was het weer veel te laat…

10 juni 2015

Dag 10

Even een kort verslag want nogal katerig dag na de drupjes van gisterenavond. Dus de hele dag een beetje gelummeld, even kort naar het strand want we moesten op tijd weer thuis zijn omdat we een wijnmakerij gingen bezoeken. De wijnmaker zou ons persoonlijk op komen halen en de weg wijzen naar de wijngaard, een half uurtje rijden hiervandaan. Hij sprak geen Engels, maar geen nood, zijn vrouw was er ook en die zou met handen en voeten kunnen vertalen.

Ter plaatse aangekomen moesten we nog even wachten op 4 andere belangstellenden die ook zouden deelnemen aan de rondleiding en de bij zulke gelegenheden horende wijnproeverij. De kwispedoortjes stonden al klaar.

Na een half uur begon, ondanks de Spaanse ruimhartigheid omtrent gemaakte afspraken, toch de tijd te dringen en ondanks het vermoeden dat men verdwaald zou zijn werd er toch maar met de rondleiding aangevangen.

Heel interessant allemaal en de goede man was bio- en ecologisch heel goed bezig, maar wij kwamen natuurlijk maar voor één ding, en dat was proeven en drinken! Kom op met die kurkentrekker! Nog even gecheckt of de ander rondgangers toevallig misschien in de hal stonden te wachten, maar nee, ze waren in geen wijnvelden of landwegen te bekennen. Plop zij de eerste fles. Misschien een beetje aan de jonge kant maar met een stukje brood en kaas prima te hachelen.

De tweede fles. Ja die smaakt stukken beter aldus ondergetekende vinologisch expert. O, wacht het is dezelfde. Lo siënto en perdón, maar hier is de goede. Ja, dat proef je meteen! Ho! Stop. Weer dezelfde. Godsammme zij de wijnboer in zijn beste Spaans tegen zijn vrouw. Ben ik nou in de war of hoe zit het? Ja dat bleek, want de etiketten waren door hem abusievelijk op de verkeerde flessen geplakt. Tenslotte maar uit de kelder de goede flessen gehaald. Proost en daar hadden we de goede te pakken. Ja met veel kaas was deze ook heel goed te doen. Maar we moesten nog rijden, dus moesten we maar eens afscheid gaan nemen. Tringeling. O, kijk een berichtje van de andere deelnemers. De rondleiding was toch vólgende week dinsdag? Oh ja, zei de wijnboer verward. Dat is waar.

11 juni 2015

Dag 11

Om te beginnen excuses voor de dubbele posting van gisteren. Dit was te wijten aan mijn ongeduld en de hier niet altijd vanzelfsprekende beschikbaarheid van een werkende internet verbinding.

De weersvoorspellingen voor San Martin de Valdeiglesias, wat trouwens staat voor De Heilige Martinus van de Valleikerken, waren niet zo heel best, dus kozen we vandaag uit om het geplande, maar nog niet vastgelegde bezoek aan de Spaanse hoofdstad te organiseren.

Met de lijn 551 togen we met een aantal anderen richting Madrid, onderweg genietend van de uitzichten en de graffiti. De inwoners van de rand- en buurtgemeentes van Madrid moeten enkel uit gekken en dwazen bestaan, want kennelijk voelt men hier onbedwingbare behoeftes en sterke aandrang om hun namen, alter ego’s en andere leuzen op iedere zich daarvoor lenende plek, daarbij zich niet beperkt voelend tot deuren en glazen, met verspuit of kalkkwast in de weer te gaan om de boel eens lekker op te fleuren. Het kan niet anders of de lokale verf- en lakspuitbussenindustrie moet hier floreren en duizelingwekkende omzetten draaien. Let wel: een mooie graffiti of zelf verzonnen muurbeschildering kan ik zeer waarderen wanneer hier sprake is van een verfraaiing of opwaardering van de omgeving, maar zulks was hier niet of nauwelijks van toepassing naar mijn bescheiden edoch niet ondeskundige mening.

Eenmaal gearriveerd op het Principe Pio station konden we natuurlijk niet voortgaan zonder eerst een bezoek aan Felipe de zesde, koning van Spanje die wij volgens overlevering en ons volkslied moeten vereren. De zoon van de oude Juan Carlos, die op zijn beurt weer bekend staat om zijn uitspraak “hou toch eens je snater” tegen de inmiddels overleden Venezuelaanse president Chaves, heeft een alleraardigst, doch niet van achterstallig onderhoud schortend optrekje op loopafstand van voornoemd station tegenover de opera in het centrum van Madrid. Zijne koninklijke hoogheid bleek echter niet thuis, maar men zou de hartelijke en ongemeen vriendelijke groeten overbrengen zodra de koninklijke familie weer eens de moeite nam om het Palacio Real met een bezoek te vereren. Terstond werd ter plekke de wacht gewisseld zodat wij daar een mooi plaatje van konden schieten en ons bezoek toch niet helemaal voor niets was gebleken.

Het weer was tot dan toe alleszins meegevallen en de zo’n scheen op ons blote bolletje. Maar we waren net aan een uitgebreide lunch op een terras naast het Koninklijk Theater of er barstte een enorme regenbui los zodat het hele terras waar net 63 Indische toeristen door hun gids waren gedumpt om hier maar iets te eten te bestellen moest door de dames van de bediening naar binnen worden geloodst wat resulteerde in een kleine chaos, die compleet werd toen de vegetariërs onder hen viskroketten kregen geserveerd en de gazpacho koud bleek. Gelukkig zaten wij inmiddels aan de koffie en toen die op was, was ook de bui inmiddels overgewaaid en konden we de rekening gaan betalen, ware het niet dat er een hevige discussie plaatsvond over de bestelde hoeveelheden door de groep. Anderhalf uur later waren we verlost en konden we onze toeristische route vervolgen (ik drijf hier een beetje over, maar dat begrijpt u).

Madrid is een stad met vele mooie parken zoals het Retiro park met het monument ter ere van koning Alfonso XII en vele uitbundige pleinen het liefst met een of meerdere fonteinen en gebouwen als paleizen zoals bijvoorbeeld dat van de Correos, wat bij ons vroeger het postkantoor heette. Het kan niet anders zijn dan dat men vanaf de invoering van de postzegel in 1850 te veel heeft gerekend voor de briefbezorging en pakketdiensten, anders kan men zich niet veroorloven een filiaal te open in een pand waar onze vorst en vorstin jaloers op zijn en wat vandaag de dag nog als overdreven groot mag worden beschouwd. Zie de foto’s.

Hierna vervolgden we onze stadswandeling naar de wijk Chueca waar de horeca en overige zelfstandige ondernemers zich hebben gericht op den homoseksuele medemens en zich een ware wildgroei van bars en cafés heeft ontwikkeld met voor iedere subcultuur een of meerdere eigen lokalen, zoals de Bearby’s en de Travestina. Gelukkig was het midden op de dag dus was deze Spaanse variant op Sodom y Chomorra grotendeels gesloten. Omdat de temperatuur inmiddels weer flink in de 30 graden liep gingen we op zoek naar een ijsco. Vrijwel meteen viel mijn oog op een alleraardigste heladeria met minuscuul terras. Binnen stond een vriendelijke bebaarde jongeman en toen ik een roomijsje en een lattefrappucinomachiato bestelde viel mijn oog op een aantal Gelderse rookworsten en blikjes roomboterbabbelaars van het huismerk van een van onze grote grootkruideniers in het schap niks van me. Rechts stonden hagelslag en pindakaas van Hollandse makelij fraai gespiegeld uitgestald. Hoe kon ik het uitgezocht hebben. De vriendelijk jongeman bleek jaren in Nederland te hebben gewoond en had nu met manlief een ijswinkel met een Hollandsch tintje in het hartje van Madrid. Na de nodige vriendelijkheden te hebben uitgewisseld gingen we weer op pad maar onze reeds zwaar op de proef gestelde voeten en enkels hielden het niet meer en besloten we de metro te pakken zodat we voor het donker weer thuis zouden zijn en we bij ons lievelingsrestaurant El Pijama de avondmaaltijd konden nuttigen.

Omdat we hier de afgelopen week al enige malen geluncht en gedineerd hadden, en omdat vanwege het slechte weer er niemand dan ons zich buiten liet zien kwam de eigenaresse en kokkin een praatje maken. In ons beste Spaans en met behulp van diverse ledematen maakten we duidelijk dat we uit Nederland afkomstig waren en alle boven de 20 graden voor ons erg aangenaam was. Nou, dat kon zijn maar Esperanza, zo heette zij, vond het maar wat koud met slechts 25° en ze verklaarde ons nog net niet voor gek dat we hier buiten op het terras zaten. Als troost kregen we wat extra Ibérico ham en een gratis toetje van profiteroles. Wat een schat! Thuis nog even gecontroleerd of de gisteren aangeschafte wijn echt niet te drinken zou zijn. Net binnen te houden zou men zeggen.

12 juni 2015

Dag 12

Gisteren meldde ik het al: het weer alhier is niet om over naar huis schrijven. Sterker nog, het is bar en boos! Vanochtend om 06.04 uur knalde er zo een donderslag dat ik een halve meter van mijn bed af kwam. Dit nood- en onweder ging vergezeld met de voor de landbouwers hier in de omtrek welkome stortregen en duurde tot ver in de ochtend. Na de middag werd het iets vriendelijker, maar nog niet zo dat we lekker naar ons strandje konden gaan. De temperatuur was de afgelopen dagen rond de 33 graden, maar deze was in vrije val gekelderd naar 23. Brrrrr.

Op een van onze ontdekkingsreizen van afgelopen week waren we voorbij de Valle de Iruelas gereden, hetgeen ik u ook heb medegedeeld in een van mijn verslagen. Met dIt mooie en altijd groene natuurreservaat wilde ik zeker nog eens nader kennismaken, en dit was de perfecte dag ervoor. De trip ernaar toe begon al goed want net over de dam spotte ik de wielewaal (door Patrick steevast de kierewiet genoemd, de gekkerd). Ik heb geen bewijs, want ik was aan het manoeuvreren over een 80 cm brede kronkel- en slingerweg en dan is het hanteren van een camera of smartphone een garantie voor onheil en wordt de kans op neerstorten in de vallei aanzienlijk vergroot, maar mijn wettige man en echtgenoot heeft ‘m ook gezien,dus ik heb een getuige!

De Iruelas is een zijrivier van de Alberche, waarop ons stuwmeer is aangesloten en de vallei is juist op dit gebied doorspekt van bergbeekjes en bosloopjes zodat hier de flora en fauna hier welig kunnen tieren. Zo is er een kolonie van zwarte gieren en wordt de Spaanse keizeradelaar hier regelmatig waargenomen. Omdat het natuurlijk niet mogelijk was om met onze vermoeide voeten het hele gebied te gaan ontdekken, besloten we de kortste wandelroute te nemen. De was slechts 3,5 km en zou in goed anderhalf uur te doen zijn. Waar ik echter overheen keek was het hoogteverschil dat werd weergegeven. We gingen zo’n kleine 500 meter omhoog en dat via een natuurlijk gevormd wandelpad. Bovendien liet bij aanvang van de wandeling het zonnetje weer in vol ornaat van zich horen en de meegebrachte vestjes konden weer in de rugzak. Ik hoef u niet te vertellen dat na 300 meter mijn tong op m’n schoenen hing en ik inmiddels toe was aan een setje nieuwe enkelbanden. (Hint voor mijn fysiotherapeut: sla extra meters tape in!) Bovendien speelde de ijle lucht, want inmiddels op 1500 meter hoogte, mij parten en zorgde voor een extra moeilijkheidsfactor. Maar no pain no gain zegt men weleens en na een half uurtje kwamen we bij een observatiepost waar de adelaars konden worden gesignaleerd. Deze gaven echter niet thuis en gingen we teleurgesteld maar weer verder.

Er is een bekend gezegde “na het hoogtepunt begint de afdaling” en ik was blij gestemd dat dit ook hier weer bleek, zodat ik wat minder uitgeput oog kon hebben voor de wonderschone omgeving en de nodige plaatjes kon schieten. En onze inspanningen werden beloond want 5 minuten voor het einde van deze barre tocht scheerden er 3 zwarte gieren vlak over onze hoofden. Moe maar voldaan keerden we terug bij de auto, die inmiddels de belangstelling had gewekt van een rund dat hier kennelijk los rond mag lopen. De gele oorbel stelde ons gerust dat het hier geen wild exemplaar was.

Op de weg terug zagen we voor de zoveelste keer de afslag Toros de Guisando staan en dit keer moest ik het weten wat dit betekende en waarom met zoveel bombarie aangekondigd. Met een korte ruk naar rechts en de ankers vol uit nam ik de bocht en zagen we wel stieren in de wei, maar dat ziet men vaker in de Spaanse hooglanden. Na een kleine kilometer zagen we een enorme doch lege parkeerplaats voor ons uit doemen en wisten we: hier moeten we zijn. Na een korte zoektocht ontdekten we een open deurtje waarmee we ons toegang konden verschaffen tot het afgeschermde gebied. En wat bleek? De Toros de Guisando zijn vier sculpturen uit de tweede eeuw voor ene Christ, ook wel de ijzertijd genoemd, dus van een aanzienlijke leeftijd. Het stellen waarschijnlijk stieren voor en zijn uit graniet gehouwen. Verder worden ze ook vernoemd in Cervantes’ De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha. Leuk om toch even gezien te hebben.

Al dat rundvlees maakte ons hongerig en we kregen spontaan zin in een biefstuk. Deze konden we op zeker verkrijgen in het sjieke restaurant dat ons dorp rijk is Haciënda la Coracera en vergezeld van een mooie Ribero del Duero sloten we deze slechtweerdag toch nog tevreden af, maar toch hoopten we morgen op beter weer.

14 juni 2015

Dag 15

Duizend maal excuses, dames en heren, voor het enorme hiaat in de verschijning van de episodes van mijn reisverslag. Ik kan er slechts mijzelf op aanspreken en het boetekleed aantrekken. Maar ik zal u uitgebreid verslag doen van wat er de afgelopen dagen heeft plaatsgevonden.

We zijn blijven steken bij ons vertrek uit San Martin de Valdeiglesias. De vooravond van ons vertrek werden we door onze gastvrouw Carmen getrakteerd op een Klezmer concert in het zeer stijlvol gerestaureerde duizend jaar oude kasteel van voornoemd stadje. Een driemansformatie onder leiding van de zeer bekwame vioo- en celliste René Bosch uit Appingedam notabene, nam ons mee op een muzikale reis langs de landen van de Mediterranee, en bracht een muzikaal mozaïek ten gehore, waaruit opgemaakt moest kunnen worden dat grenzen niet bestaan. Heel mooi natuurlijk, maar het Klezmer en altruïstisch repertoire is niet echt onze kop thee en ik moest dan ook regelmatig mijn echtgenoot met een flinke por wakker maken en zelf menig gaapje achter de hand wegmoffelen.

Op hun vakgebied waren de muzikanten echter zeer kundig en een volgende keer zal ik zeker een goede smoes verzinnen. Carmen was echter zo overenthousiast dat ze het bijna met een hysterische toeval moest bekopen, en kocht zowat de hele oplage van de cd’s waarmee de muzikanten een extra zakcentje poogden bij te verdienen. Nadat ze uiteindelijk een beetje gekalmeerd was, hebben we dit gedeelte van onze vakantie afgesloten met een hapje en een drankje ten huize van onze hospita, waarvan u misschien het idee heeft dat zij een drukke en overactieve vrouw is, uitgerust met een enorme spraakwaterval. Dan heeft u goed gelezen! Maar boven alles is zij een zéér gastvrije dame die het allemaal in haar eentje moet rooien (met een beetje hulp van Tomas natuurlijk) en als u een keer een adresje zoekt voor verblijf in de buurt van Madrid kan ik haar van harte aanbevelen!

Muchas gracias Carmen por la buena atencion y saludas a Tomas y Milly. Besos, Patrick y Andy

Zodoende vertrokken wij ’s anderendaags met de trein van Madrid naar Malaga voor het volgende hoofdstuk van onze doorreis door het mooie Spanje. Met de Spaanse variant van de Fyra, die hier wel op tijd en zonder mankeren grote afstanden met zo’n 300 km per uur kan overbruggen, zouden we in drie uur op onze bestemming arriveren. Wat echter een ontspannen en rustige reis had moeten worden werd een hel van schier onmetelijke afmeting toen bleek dat onze coupe, naast een oud omaatje en een backpackende jongedame, gevuld werd met zo’n 50 kinderen van een of andere voetbalclub van tussen de gemakkelijke leeftijd tussen 8 en 11 jaar oud. Daar ging onze rust. Zo u weet worden Spanjaarden standaard uitgerust met een ingebouwde versterker en een aangeboren respectloosheid voor alles behalve zichzelf. Zo ook deze 50 duivels en demonen. Tegen over ons zaten Satan en Lucifer die het lumineuze idee hadden opgepikt om in een met volle snelheid rijdende hogesnelheidstrein Djenga te gaan spelen. Hilarisch natuurlijk en binnen de kortste keren lagen alle stukken door het treinstel tussen de snoeppapiertjes en de chipskruimels.

Gelukkig was er een begeleider die toen ik hem erop aanschreeuwde dat het toch wel erg luidruchtig in de coupe was, de boel voor 3 seconden stil kreeg. Dit ging niet beter worden, dus besloot ik maar om even koffie te gaan halen. Mijzelf door de kluwen van kinderarmen en benen wringend, hier en daar al dan niet per ongeluk op voeten of andere kinderonderdelen trappend en oerhollandsche verwensingen uitdelend, want dat verstonden de ettertjes toch niet, kwam ik in de volgende coupe erachter dat het altijd erger kan. Deze was namelijk tot de nok toe gevuld met het meisjeshockyteam.

15 juni 2015

Dag 16

Te Malaga aangekomen en onze huurauto opgehaald waren we in no time gearriveerd bij Arend en Denise, de waard en waardin van herberg en b&b El Aguila Libre waar wij al menig maal hebben overnacht, vaak met een begeleidend drankje.

We werden door onze vrienden hartelijk onthaald met een heerlijke maaltijd en bijsluitende wijnproeverij, die ik natuurlijk met glans heb gewonnen. Daarna moesten we nog even koffie drinken bij ons favoriete restaurant Los Pireneos, die gelukkig snel op was, zodat we aan de pacharan konden. Hierna weer terug naar de herberg om met muziek en wijn naar mijn verjaardag te dansen. Hiervan heb ik echter geen recollectie meer, dus kan ik u hier niets over vertellen en dat is waarschijnlijk maar goed ook.

Mijn verjaardag heb ik dus grotendeels in nevelen verhuld doorgebracht. Op enig moment begon het zelfs te regenen waarop we besloten maar naar het stand in Malaga te gaan. Hoewel het weer onstuimig was en er een fikse bries van stormachtig formaat waar te nemen viel, lagen we toch in de zon terwijl de wind werd afgeschermd door bossages van de Juniperus en mijn doorgaans voor zonafwering bestemde parasol. In de verte hoorden we het donderen en zagen we Malaga in donkere wolken gehuld terwijl ik factor 50 moest smeren en mijn 4e paracetamol inmiddels uitgewerkt was. Zelden zoveel plezier gehad van de vooravond van mijn verjaardag. Ik vermoed dat een van de ijsklontjes van de Zoco over datum is geweest.

Toen we vervolgens aanstalten maakten om weer naar de herberg terug te keren bleek iets of iemand een van de ruiten van onze auto te hebben ingeslagen. Kennelijk was men op zoek naar iets bijzonders, want het navigatiesysteem en mijn hoed lagen nog gewoon op hun plaats en klaar voor het meenemen. Het omruilen van de auto zorgde voor een fikse vertraging van onze terugreis maar dat werd gecompenseerd door de geweldige service van Isobel van Enterprise Carrental!

De dag eindigde ondanks mijn goede voornemen om nooit meer te drinken met tapas en bier bij Antonio in Alfernatejo.

16 juni 2015

Dag 17

Deze dag vertrokken we weer van El Aguila Libre naar het plaatsje Las Negras dat is gelegen in het natuurreservaat Cabo de Gata. Daarvoor moesten we een drie uurtjes rijden om de Sierra Nevada heen richting Almaria. Vooral het stuk tussen Granada en Almeria was een fijn stuk asfalt dat die dag door drie andere weggebruikers werd gebruikt. Ik legde dus met een gerust hart een baksteen op het gaspedaal zodat ik rustig een spelletje kon wordfeuten.

Toen we aankwamen zagen we al snel dat Las Negras van Alfernatejo een bruisende metropool maakt en gingen we dus maar snel op zoek naar een geschikt strandje, dat hier in tegenstelling tot voorgaande locaties gewoon via een verharde weg te bereiken was. Wat een verademing!

Na een grondige verkenning van het stadscentrum van Las Negras ons diner aan zee genoten en vermoeid van de lange reis vroeg te bed geraakt om de nodige rust te vinden na de slopende, afmattende en uitputtende afgelopen dagen.