11 juni 2015

Dag 11

Om te beginnen excuses voor de dubbele posting van gisteren. Dit was te wijten aan mijn ongeduld en de hier niet altijd vanzelfsprekende beschikbaarheid van een werkende internet verbinding.

De weersvoorspellingen voor San Martin de Valdeiglesias, wat trouwens staat voor De Heilige Martinus van de Valleikerken, waren niet zo heel best, dus kozen we vandaag uit om het geplande, maar nog niet vastgelegde bezoek aan de Spaanse hoofdstad te organiseren.

Met de lijn 551 togen we met een aantal anderen richting Madrid, onderweg genietend van de uitzichten en de graffiti. De inwoners van de rand- en buurtgemeentes van Madrid moeten enkel uit gekken en dwazen bestaan, want kennelijk voelt men hier onbedwingbare behoeftes en sterke aandrang om hun namen, alter ego’s en andere leuzen op iedere zich daarvoor lenende plek, daarbij zich niet beperkt voelend tot deuren en glazen, met verspuit of kalkkwast in de weer te gaan om de boel eens lekker op te fleuren. Het kan niet anders of de lokale verf- en lakspuitbussenindustrie moet hier floreren en duizelingwekkende omzetten draaien. Let wel: een mooie graffiti of zelf verzonnen muurbeschildering kan ik zeer waarderen wanneer hier sprake is van een verfraaiing of opwaardering van de omgeving, maar zulks was hier niet of nauwelijks van toepassing naar mijn bescheiden edoch niet ondeskundige mening.

Eenmaal gearriveerd op het Principe Pio station konden we natuurlijk niet voortgaan zonder eerst een bezoek aan Felipe de zesde, koning van Spanje die wij volgens overlevering en ons volkslied moeten vereren. De zoon van de oude Juan Carlos, die op zijn beurt weer bekend staat om zijn uitspraak “hou toch eens je snater” tegen de inmiddels overleden Venezuelaanse president Chaves, heeft een alleraardigst, doch niet van achterstallig onderhoud schortend optrekje op loopafstand van voornoemd station tegenover de opera in het centrum van Madrid. Zijne koninklijke hoogheid bleek echter niet thuis, maar men zou de hartelijke en ongemeen vriendelijke groeten overbrengen zodra de koninklijke familie weer eens de moeite nam om het Palacio Real met een bezoek te vereren. Terstond werd ter plekke de wacht gewisseld zodat wij daar een mooi plaatje van konden schieten en ons bezoek toch niet helemaal voor niets was gebleken.

Het weer was tot dan toe alleszins meegevallen en de zo’n scheen op ons blote bolletje. Maar we waren net aan een uitgebreide lunch op een terras naast het Koninklijk Theater of er barstte een enorme regenbui los zodat het hele terras waar net 63 Indische toeristen door hun gids waren gedumpt om hier maar iets te eten te bestellen moest door de dames van de bediening naar binnen worden geloodst wat resulteerde in een kleine chaos, die compleet werd toen de vegetariërs onder hen viskroketten kregen geserveerd en de gazpacho koud bleek. Gelukkig zaten wij inmiddels aan de koffie en toen die op was, was ook de bui inmiddels overgewaaid en konden we de rekening gaan betalen, ware het niet dat er een hevige discussie plaatsvond over de bestelde hoeveelheden door de groep. Anderhalf uur later waren we verlost en konden we onze toeristische route vervolgen (ik drijf hier een beetje over, maar dat begrijpt u).

Madrid is een stad met vele mooie parken zoals het Retiro park met het monument ter ere van koning Alfonso XII en vele uitbundige pleinen het liefst met een of meerdere fonteinen en gebouwen als paleizen zoals bijvoorbeeld dat van de Correos, wat bij ons vroeger het postkantoor heette. Het kan niet anders zijn dan dat men vanaf de invoering van de postzegel in 1850 te veel heeft gerekend voor de briefbezorging en pakketdiensten, anders kan men zich niet veroorloven een filiaal te open in een pand waar onze vorst en vorstin jaloers op zijn en wat vandaag de dag nog als overdreven groot mag worden beschouwd. Zie de foto’s.

Hierna vervolgden we onze stadswandeling naar de wijk Chueca waar de horeca en overige zelfstandige ondernemers zich hebben gericht op den homoseksuele medemens en zich een ware wildgroei van bars en cafés heeft ontwikkeld met voor iedere subcultuur een of meerdere eigen lokalen, zoals de Bearby’s en de Travestina. Gelukkig was het midden op de dag dus was deze Spaanse variant op Sodom y Chomorra grotendeels gesloten. Omdat de temperatuur inmiddels weer flink in de 30 graden liep gingen we op zoek naar een ijsco. Vrijwel meteen viel mijn oog op een alleraardigste heladeria met minuscuul terras. Binnen stond een vriendelijke bebaarde jongeman en toen ik een roomijsje en een lattefrappucinomachiato bestelde viel mijn oog op een aantal Gelderse rookworsten en blikjes roomboterbabbelaars van het huismerk van een van onze grote grootkruideniers in het schap niks van me. Rechts stonden hagelslag en pindakaas van Hollandse makelij fraai gespiegeld uitgestald. Hoe kon ik het uitgezocht hebben. De vriendelijk jongeman bleek jaren in Nederland te hebben gewoond en had nu met manlief een ijswinkel met een Hollandsch tintje in het hartje van Madrid. Na de nodige vriendelijkheden te hebben uitgewisseld gingen we weer op pad maar onze reeds zwaar op de proef gestelde voeten en enkels hielden het niet meer en besloten we de metro te pakken zodat we voor het donker weer thuis zouden zijn en we bij ons lievelingsrestaurant El Pijama de avondmaaltijd konden nuttigen.

Omdat we hier de afgelopen week al enige malen geluncht en gedineerd hadden, en omdat vanwege het slechte weer er niemand dan ons zich buiten liet zien kwam de eigenaresse en kokkin een praatje maken. In ons beste Spaans en met behulp van diverse ledematen maakten we duidelijk dat we uit Nederland afkomstig waren en alle boven de 20 graden voor ons erg aangenaam was. Nou, dat kon zijn maar Esperanza, zo heette zij, vond het maar wat koud met slechts 25° en ze verklaarde ons nog net niet voor gek dat we hier buiten op het terras zaten. Als troost kregen we wat extra Ibérico ham en een gratis toetje van profiteroles. Wat een schat! Thuis nog even gecontroleerd of de gisteren aangeschafte wijn echt niet te drinken zou zijn. Net binnen te houden zou men zeggen.

0

12 juni 2015

Dag 12

Gisteren meldde ik het al: het weer alhier is niet om over naar huis schrijven. Sterker nog, het is bar en boos! Vanochtend om 06.04 uur knalde er zo een donderslag dat ik een halve meter van mijn bed af kwam. Dit nood- en onweder ging vergezeld met de voor de landbouwers hier in de omtrek welkome stortregen en duurde tot ver in de ochtend. Na de middag werd het iets vriendelijker, maar nog niet zo dat we lekker naar ons strandje konden gaan. De temperatuur was de afgelopen dagen rond de 33 graden, maar deze was in vrije val gekelderd naar 23. Brrrrr.

Op een van onze ontdekkingsreizen van afgelopen week waren we voorbij de Valle de Iruelas gereden, hetgeen ik u ook heb medegedeeld in een van mijn verslagen. Met dIt mooie en altijd groene natuurreservaat wilde ik zeker nog eens nader kennismaken, en dit was de perfecte dag ervoor. De trip ernaar toe begon al goed want net over de dam spotte ik de wielewaal (door Patrick steevast de kierewiet genoemd, de gekkerd). Ik heb geen bewijs, want ik was aan het manoeuvreren over een 80 cm brede kronkel- en slingerweg en dan is het hanteren van een camera of smartphone een garantie voor onheil en wordt de kans op neerstorten in de vallei aanzienlijk vergroot, maar mijn wettige man en echtgenoot heeft ‘m ook gezien,dus ik heb een getuige!

De Iruelas is een zijrivier van de Alberche, waarop ons stuwmeer is aangesloten en de vallei is juist op dit gebied doorspekt van bergbeekjes en bosloopjes zodat hier de flora en fauna hier welig kunnen tieren. Zo is er een kolonie van zwarte gieren en wordt de Spaanse keizeradelaar hier regelmatig waargenomen. Omdat het natuurlijk niet mogelijk was om met onze vermoeide voeten het hele gebied te gaan ontdekken, besloten we de kortste wandelroute te nemen. De was slechts 3,5 km en zou in goed anderhalf uur te doen zijn. Waar ik echter overheen keek was het hoogteverschil dat werd weergegeven. We gingen zo’n kleine 500 meter omhoog en dat via een natuurlijk gevormd wandelpad. Bovendien liet bij aanvang van de wandeling het zonnetje weer in vol ornaat van zich horen en de meegebrachte vestjes konden weer in de rugzak. Ik hoef u niet te vertellen dat na 300 meter mijn tong op m’n schoenen hing en ik inmiddels toe was aan een setje nieuwe enkelbanden. (Hint voor mijn fysiotherapeut: sla extra meters tape in!) Bovendien speelde de ijle lucht, want inmiddels op 1500 meter hoogte, mij parten en zorgde voor een extra moeilijkheidsfactor. Maar no pain no gain zegt men weleens en na een half uurtje kwamen we bij een observatiepost waar de adelaars konden worden gesignaleerd. Deze gaven echter niet thuis en gingen we teleurgesteld maar weer verder.

Er is een bekend gezegde “na het hoogtepunt begint de afdaling” en ik was blij gestemd dat dit ook hier weer bleek, zodat ik wat minder uitgeput oog kon hebben voor de wonderschone omgeving en de nodige plaatjes kon schieten. En onze inspanningen werden beloond want 5 minuten voor het einde van deze barre tocht scheerden er 3 zwarte gieren vlak over onze hoofden. Moe maar voldaan keerden we terug bij de auto, die inmiddels de belangstelling had gewekt van een rund dat hier kennelijk los rond mag lopen. De gele oorbel stelde ons gerust dat het hier geen wild exemplaar was.

Op de weg terug zagen we voor de zoveelste keer de afslag Toros de Guisando staan en dit keer moest ik het weten wat dit betekende en waarom met zoveel bombarie aangekondigd. Met een korte ruk naar rechts en de ankers vol uit nam ik de bocht en zagen we wel stieren in de wei, maar dat ziet men vaker in de Spaanse hooglanden. Na een kleine kilometer zagen we een enorme doch lege parkeerplaats voor ons uit doemen en wisten we: hier moeten we zijn. Na een korte zoektocht ontdekten we een open deurtje waarmee we ons toegang konden verschaffen tot het afgeschermde gebied. En wat bleek? De Toros de Guisando zijn vier sculpturen uit de tweede eeuw voor ene Christ, ook wel de ijzertijd genoemd, dus van een aanzienlijke leeftijd. Het stellen waarschijnlijk stieren voor en zijn uit graniet gehouwen. Verder worden ze ook vernoemd in Cervantes’ De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha. Leuk om toch even gezien te hebben.

Al dat rundvlees maakte ons hongerig en we kregen spontaan zin in een biefstuk. Deze konden we op zeker verkrijgen in het sjieke restaurant dat ons dorp rijk is Haciënda la Coracera en vergezeld van een mooie Ribero del Duero sloten we deze slechtweerdag toch nog tevreden af, maar toch hoopten we morgen op beter weer.

0

14 juni 2015

Dag 15

Duizend maal excuses, dames en heren, voor het enorme hiaat in de verschijning van de episodes van mijn reisverslag. Ik kan er slechts mijzelf op aanspreken en het boetekleed aantrekken. Maar ik zal u uitgebreid verslag doen van wat er de afgelopen dagen heeft plaatsgevonden.

We zijn blijven steken bij ons vertrek uit San Martin de Valdeiglesias. De vooravond van ons vertrek werden we door onze gastvrouw Carmen getrakteerd op een Klezmer concert in het zeer stijlvol gerestaureerde duizend jaar oude kasteel van voornoemd stadje. Een driemansformatie onder leiding van de zeer bekwame vioo- en celliste René Bosch uit Appingedam notabene, nam ons mee op een muzikale reis langs de landen van de Mediterranee, en bracht een muzikaal mozaïek ten gehore, waaruit opgemaakt moest kunnen worden dat grenzen niet bestaan. Heel mooi natuurlijk, maar het Klezmer en altruïstisch repertoire is niet echt onze kop thee en ik moest dan ook regelmatig mijn echtgenoot met een flinke por wakker maken en zelf menig gaapje achter de hand wegmoffelen.

Op hun vakgebied waren de muzikanten echter zeer kundig en een volgende keer zal ik zeker een goede smoes verzinnen. Carmen was echter zo overenthousiast dat ze het bijna met een hysterische toeval moest bekopen, en kocht zowat de hele oplage van de cd’s waarmee de muzikanten een extra zakcentje poogden bij te verdienen. Nadat ze uiteindelijk een beetje gekalmeerd was, hebben we dit gedeelte van onze vakantie afgesloten met een hapje en een drankje ten huize van onze hospita, waarvan u misschien het idee heeft dat zij een drukke en overactieve vrouw is, uitgerust met een enorme spraakwaterval. Dan heeft u goed gelezen! Maar boven alles is zij een zéér gastvrije dame die het allemaal in haar eentje moet rooien (met een beetje hulp van Tomas natuurlijk) en als u een keer een adresje zoekt voor verblijf in de buurt van Madrid kan ik haar van harte aanbevelen!

Muchas gracias Carmen por la buena atencion y saludas a Tomas y Milly. Besos, Patrick y Andy

Zodoende vertrokken wij ’s anderendaags met de trein van Madrid naar Malaga voor het volgende hoofdstuk van onze doorreis door het mooie Spanje. Met de Spaanse variant van de Fyra, die hier wel op tijd en zonder mankeren grote afstanden met zo’n 300 km per uur kan overbruggen, zouden we in drie uur op onze bestemming arriveren. Wat echter een ontspannen en rustige reis had moeten worden werd een hel van schier onmetelijke afmeting toen bleek dat onze coupe, naast een oud omaatje en een backpackende jongedame, gevuld werd met zo’n 50 kinderen van een of andere voetbalclub van tussen de gemakkelijke leeftijd tussen 8 en 11 jaar oud. Daar ging onze rust. Zo u weet worden Spanjaarden standaard uitgerust met een ingebouwde versterker en een aangeboren respectloosheid voor alles behalve zichzelf. Zo ook deze 50 duivels en demonen. Tegen over ons zaten Satan en Lucifer die het lumineuze idee hadden opgepikt om in een met volle snelheid rijdende hogesnelheidstrein Djenga te gaan spelen. Hilarisch natuurlijk en binnen de kortste keren lagen alle stukken door het treinstel tussen de snoeppapiertjes en de chipskruimels.

Gelukkig was er een begeleider die toen ik hem erop aanschreeuwde dat het toch wel erg luidruchtig in de coupe was, de boel voor 3 seconden stil kreeg. Dit ging niet beter worden, dus besloot ik maar om even koffie te gaan halen. Mijzelf door de kluwen van kinderarmen en benen wringend, hier en daar al dan niet per ongeluk op voeten of andere kinderonderdelen trappend en oerhollandsche verwensingen uitdelend, want dat verstonden de ettertjes toch niet, kwam ik in de volgende coupe erachter dat het altijd erger kan. Deze was namelijk tot de nok toe gevuld met het meisjeshockyteam.

0

15 juni 2015

Dag 16

Te Malaga aangekomen en onze huurauto opgehaald waren we in no time gearriveerd bij Arend en Denise, de waard en waardin van herberg en b&b El Aguila Libre waar wij al menig maal hebben overnacht, vaak met een begeleidend drankje.

We werden door onze vrienden hartelijk onthaald met een heerlijke maaltijd en bijsluitende wijnproeverij, die ik natuurlijk met glans heb gewonnen. Daarna moesten we nog even koffie drinken bij ons favoriete restaurant Los Pireneos, die gelukkig snel op was, zodat we aan de pacharan konden. Hierna weer terug naar de herberg om met muziek en wijn naar mijn verjaardag te dansen. Hiervan heb ik echter geen recollectie meer, dus kan ik u hier niets over vertellen en dat is waarschijnlijk maar goed ook.

Mijn verjaardag heb ik dus grotendeels in nevelen verhuld doorgebracht. Op enig moment begon het zelfs te regenen waarop we besloten maar naar het stand in Malaga te gaan. Hoewel het weer onstuimig was en er een fikse bries van stormachtig formaat waar te nemen viel, lagen we toch in de zon terwijl de wind werd afgeschermd door bossages van de Juniperus en mijn doorgaans voor zonafwering bestemde parasol. In de verte hoorden we het donderen en zagen we Malaga in donkere wolken gehuld terwijl ik factor 50 moest smeren en mijn 4e paracetamol inmiddels uitgewerkt was. Zelden zoveel plezier gehad van de vooravond van mijn verjaardag. Ik vermoed dat een van de ijsklontjes van de Zoco over datum is geweest.

Toen we vervolgens aanstalten maakten om weer naar de herberg terug te keren bleek iets of iemand een van de ruiten van onze auto te hebben ingeslagen. Kennelijk was men op zoek naar iets bijzonders, want het navigatiesysteem en mijn hoed lagen nog gewoon op hun plaats en klaar voor het meenemen. Het omruilen van de auto zorgde voor een fikse vertraging van onze terugreis maar dat werd gecompenseerd door de geweldige service van Isobel van Enterprise Carrental!

De dag eindigde ondanks mijn goede voornemen om nooit meer te drinken met tapas en bier bij Antonio in Alfernatejo.

0

16 juni 2015

Dag 17

Deze dag vertrokken we weer van El Aguila Libre naar het plaatsje Las Negras dat is gelegen in het natuurreservaat Cabo de Gata. Daarvoor moesten we een drie uurtjes rijden om de Sierra Nevada heen richting Almaria. Vooral het stuk tussen Granada en Almeria was een fijn stuk asfalt dat die dag door drie andere weggebruikers werd gebruikt. Ik legde dus met een gerust hart een baksteen op het gaspedaal zodat ik rustig een spelletje kon wordfeuten.

Toen we aankwamen zagen we al snel dat Las Negras van Alfernatejo een bruisende metropool maakt en gingen we dus maar snel op zoek naar een geschikt strandje, dat hier in tegenstelling tot voorgaande locaties gewoon via een verharde weg te bereiken was. Wat een verademing!

Na een grondige verkenning van het stadscentrum van Las Negras ons diner aan zee genoten en vermoeid van de lange reis vroeg te bed geraakt om de nodige rust te vinden na de slopende, afmattende en uitputtende afgelopen dagen.

0

17 juni 2015

Dag 18

Waar we nu toch zijn beland, dames en heren lezersvrienden. “In Las Negras” zult u zeggen, “want dat heb je ons gisteren al medegedeeld”. Dat klopt inderdaad, maar wat ik u niet heb verteld is dat Las Negras niet meer is dan een verzameling van tweede huizen van iets bovenmodale Spanjezen welke voor ongeveer 80 procent leegstaan omdat de eigenaren hard moeten werken om het onverkoopbaar gebleken (want crisis) blok aan het been te kunnen bekostigen.

Las Negras was voorheen een nederzetting die voornamelijk door hippies en andere rondreizende volksstammen werd aangedaan. Die hippies zijn er nog in overvloed en geven een beetje sjeu aan het geheel. Verder zijn er twee restaurants aan het seafront waar afschuwelijke toeristenmeuk wordt geserveerd en twee barretjes. En na lang zoeken vonden we zelfs een minimarket waar ze nou net niet het merk water verkochten dat wij zo gewend zijn.

Omdat we nog wat compensatie nodig hadden van gemiste strandtijd heb ik Patrick maar om 7 uur op het strand gelegd zodat ‘ie wat aan zijn kleur kon werken. Bij mij heeft dat vanwege mijn overerfde albinogenen en van oorsprong worteltjesrood haar geen enkel nut, dus ben ik langs de rotskusten gaan wandelen en klauteren en mooie plaatjes geschoten van forten uit verre oudheden en de schitterende natuur.

Nu zult u zeggen “wat ben je toch een ouwe zeur Andy! Zullen we ruilen?” en dan zeg ik toch vol overtuiging een hartgrondig “Neeen!!!” want de rust is weldadig, het strand subliem en ’s nachts worden we bijgelicht door tientriljard sterren. Het zal echter niet meevallen om hierover de smeuïge en lyrische verhalingen te produceren die u inmiddels gewend bent, maar we gaan natuurlijk ons uiterste best doen en het mooiste beentje voorzetten om ook van dit laatste hoofdstuk een grandioos en onoverkomelijk succes te maken. ¡Tot morgen!

0

18 juni 2015

Dag 19

U weet inmiddels dat wij onze laatste dagen van de vakantie doorbrengen in het dorpje Las Negras dat zich in het natuurpark Cabo de Gata bevindt. Cabo de Gata, wat volgens ons staat voor “Kaap van het Gat” of iets dergelijks, is enkele tijdperken geleden ontstaan uit vulkanische activiteit wat zoals u wellicht weet gepaard gaat met hoge temperaturen en wild geraas, en waardoor er grillige, en onvruchtbare landschappen en rotsen van zwart lavagesteente worden gevormd. De voorouders van de huidige bevolking hebben dit gebied lange tijd links (voor de kijkers rechts) laten liggen want wat moet je nou met die kale wildernis waar hooguit een cactus of een agave wilt groeien? Zelfs olijfbomen vinden het hier niet prettig, en deze staan nog wel bekend om hun weinig vereisende karakteristieken. Met vooruitziende blik is men echter in de middeleeuwen forten en stellingen gaan bouwen zodat deze vandaag de dag als toeristische trekpleisters kunnen fungeren. In het begin van de vorige eeuw is men wat door zoetwaterbronnen en erosie vruchtbare geraakte plaatsen neder te zetten en sinds de jaren tachtig floreert het toerisme waarbij men zich voornamelijk richt op de Spaanse bevolking die af en toe eens toe is aan de broodnodige vakantie en vrijetijdsbesteding. Door het gebied in 1983 tot natuurpark uit te roepen is hier een behoorlijke rem op gezet, zodat er geen tot depressie leidende hoogbouw wordt toegestaan en het er voor Spaanse begrippen heel schoon uitziet.

Tot zover het educatieve gedeelte van deze vertelling. De dag hebben wij zoals voorspeld grotendeels op het strand doorgebracht. Het is lastig voor te stellen, maar het strand zal zo’n 250 meter lang zijn en op een dag als gisteren zal er zo’n 50 á 60 man en/of/misschien vrouw er onder parasols of in kuilen er zijn of haar vertier hebben gezocht. En u gelooft het of niet, maar daar waren op zeker acht Nederlanders met ons erbij gerekend. Dat is zeker 15% of in ieder geval verhoudingsgewijs toch erg veel. Nu hebben wij niets tegen Nederlanders, sterker nog, we hebben veel vrienden die dat zijn maar op vakantie mijden we ze toch vaak als zouden ze een besmettelijke of overdraagbare ziekte hebben.

Twee van deze sujetten kwamen het strand per kajak op en alsof wij de nationale driekleur aan onze parasol hadden hangen en met een oranje wimpel liepen te zwaaien, werden we in onvervalst Noord-Hollands accent toegeroepen “Joh, dur zitten hier wel eejn miljoen kwallen! Mot je kaajken”. Dus wij kijken en ja, er zaten behoorlijk wat kwallen, en dus raakten we zomaar in gesprek met John en Ien uit Boskoop. Hij bleek vrachtwagenchauffeur en zij ook iets, maar dat is niet blijven hangen. Aardige lui en we hebben een poosje met elkaar over de mooie plekken van Spanje in het algemeen en Andalusië in het bijzonder besproken. We hadden graag een keertje willen afspreken voor een borrel of iets dergelijks, maar zoals dat gaat op vakantie, gaat ieder zijn weg en wegens het ontbreken van behoorlijk wifi hier op het strand hebben we ook niet digitaal kunnen connecten, dus John en Ieneke, als jullie dit ooit lezen…..

Verder moet ik u vertellen dat sommige dingen niet zijn zoals het lijkt en dat men soms even verder moet lopen dan je neus lang is. Ik maakte gisteren melding van het slechte toeristenvoer alhier, maar gisterenavond zijn we een paar deuren verder gaan kijken in een van buiten onooglijk pandje, maar van binnen smaakvol ingericht tapasbarretje waar we fenomenaal lekker hebben gesmikkeld en gesmuld. Toen de fles leeg was hebben we er gewoon nog een besteld! ¡Viva olé!

0

19 juni 2015

Dag 20

Ik hoop niet dat het u begint te vervelen, maar ook gisteren was wederom een stranddag. “Heb je daar nu op enig moment niet genoeg van?” zult u vragen, en dan zeg ik “Jazeker wel!” dus daarom maak ik af en toe een uitstapje of een korte trip naar een of andere bezienswaardigheid. Dan bind ik Patrick vast aan zijn strandlaken, maar wel zodanig dat ‘ie alle vrijheid heeft om alle kanten egaal te kunnen bruinen, en pak ik de auto om er dan even tussenuit te zijn. Bepakt met mijn camera ga ik dan op fotosafari. Gisteren bijvoorbeeld naar de zoutmeren bij ons om de hoek waar een kudde flamingo’s zich te goed doen aan het voor hen zeer smakelijke zoute water. Omdat geen ander levend wezen dit wegkrijgt hebben zij het rijk alleen en kunnen ze lekker op één poot in de blubber staan, hetgeen een andere favoriete tijdsbesteding van deze langpootvogels is die overigens, zo lees ik net, familie zijn van de fuut. Zo leert men nog eens wat!
En wist u dat de Agave die hier veelvuldig te vinden is en op dit moment met imposante bloemen in volle bloei staat, nadat de bloemen bevrucht zijn en er zaden ontstaan zelf afsterft? Dan weet u het nu!

Na zo’n dagje strand en/of sightseeing moet ook gedacht worden aan de verzorging en het laven van den inwendige mensch, en daar ik op vakantie niet kook, want ook voor mij is het verlof, doen we dat vaak in restaurants, want die hebben er vaak de kennis en voorzieningen voor in huis. Gisteren wilden we afsluiten met een originele Spaanse paella als laatste avondmaal. Hier aan de kust is dit typisch spaanse gerecht natuurlijk volop te verkrijgen, maar wij wilden wel een beetje chique afsluiten en niet in zo’n toeristentent eindigen. Dus aan het strand vonden we een etablissement met zo een uitstraling en in ons inmiddels vloeiend Spaans vroegen wij aan de gereedstaande camarero of er nog een plekje buiten op het terras voor ons beschikbaar was. “Gazul do preda olaklabba doez” sprak hij wild gebarend in het zuiver Andalusisch, dat in geen enkele vorm ook maar enigszins op Spaans lijkt. Wij hebben het Friesch, in Spanje hebben ze Andaluz. “Sprokka abrabi lo daddo bart” en uit zijn gebaren en lichaamstaal meende ik op te kunnen maken dat hij even op de eerste en daarmee bovenste verdieping die ook was buiten gelegen ging kijken. “Sabribetsi baf” zij hij schouderophalend toen hij vijf minuten later terugkwam. Helaas dus, hij kon er inderdaad ook niets aan doen. Het was immers vrijdagavond en dat is in Las Negras altijd druk, en met name in het restaurantwezen. Maar “Habila misifrente abi”: we konden natuurlijk wel binnen plaatsnemen.

Dat hebben we dan maar gedaan en zo kregen we ook een beetje een inkijk in de interne organisatie van de uitbating. We telden zo’n man of 10 in de bediening waarbij een enorme grote, brede en dikke man duidelijk de leiding had over het inschenken van de wijnen. Deze had ook om de minuut een aanvaring met een kort, klein mannetje over het waar welke wijn dan geserveerd moest worden. Een jongedame kwam regelmatig met een plaat versgebakken broodjes en kieperde deze in een daarvoor bestemde mand, en die werd dan vervolgens door een andere man weer in kleinere manden verdeeld. Een derde, in een bijzonder vreemd pakje gehuld baasje had deze mandjes weer ergens anders voor nodige en gooide de broodjes weer gewoon in de broodmand. En zo voort. Dan was er ook nog de keukenbrigade. In het kleine hok dat de keuken werd genoemd telden we naast de chef-kok nog zo’n 6 anderen die zich met de bereiding van onze maaltijden bezig hielden. Ten slotte was er ook nog de eigenaar, een raar sujet die zich overal mee bemoeide en zichzelf voedde met de restjes van overgebleven maaltijden.

“Brabo pondoraso?” vroeg de ober en wij bestelden onze paella. Por dos. “Poddo?” reageerde hij verrast. Jazeker! En of het ook een beetje rap kon, want we barstten van de honger. Dat laatste was kennelijk verkeerd begrepen, want de begeleidende wijn was al bijna pastoor toen de pan met het van oorsprong Valenciaanse rijstgerecht door de bediende aan tafel werd gebracht. De hulpkelder belast met het opscheppen deed zijn taak vol verve en konden we aanvallen aan het overigens heerlijke gerecht. Uiteindelijk afgesloten met een flan van roomkaas, waar ik zeker het recept eens van ga opzoeken.

Zodoende eindigde onze laatste volle dag in het Spaanse. Morgen nog een ritje terug naar Malaga en dan zit het erop. Maar daar vertel ik morgen verder over. ¡Hasta mañana!

0

20 juni 2015

Dag 21

De dag van vertrek is aangebroken en we zijn een beetje in mineur. De zon schijnt onverminderd en het is heerlijk weer, maar we moeten er vandoor. We hebben een lange rit voor de boeg, en de vlucht is pas laat in de middag dus we kunnen rustig aan doen. Na alles vakkundig in de reistassen te hebben gepropt en een laatste controle of we niets vergeten zijn nemen we afscheid van Joyceline de verhuurster en gaan we op pad.

Het is rustig op de weg en hooguit een geparkeerde auto op de rotonde staat ons in de weg. Parkeren op zijn Spaans is je auto wegzetten. Maakt niet uit waar, maar je zet je rem aan en stapt uit en klaar. Op een rotonde, kruispunt, doorgaande weg of achter een andere geparkeerde auto: geen enkel probleem.

De E-15, ook wel Autovía del Mediterráneo genoemd, brengt ons van Almaria naar Malaga, vanwaar ons vliegtuig vertrekt. Het is zaterdag dus is er geen kip of ander pluimvee te bekennen, en we kunnen aardig doorrijden door het schone, echter met duizenden lelijke kassen bedekte zuid Spaanse land. Ieder beschikbaar horizontaal stukje grond heeft men namelijk misbruikt door met ontsierend vuilwit plastic over een paar gammele palen gedrapeerd een kas te creëren waaronder tomaten, komkommers en wat al niet meer te kweken. En dat gaat maar door. De hele provincie Almaria lang. U kunt dit bevestigen om dit eens via Google Earth van bovenaf te bekijken. Ik drijf deze keer niet over. (http://bit.ly/1K5YWls)

Terwijl wij daar zo verder zoeven bereiken we de eerst toeristenplaatsjes en wordt het uitzicht allengs vriendelijker. In Nerja stoppen we even voor een bakje en komen tot de conclusie dat we wat aan de vroege kant zijn. We kijken elkaar aan en denken hetzelfde: vamos a la playa!!! Dus wij weer snel in el coche en hop, vol gas naar het strand. Datzelfde waar vorige week de autoruit was ingetikt ligt namelijk 8 minuten rijden van het vliegveld vandaan. Als we het toestel zien landen hebben we nog tijd genoeg! De strandlakens zijn zo gepakt, en voor dat uurtje heb je toch geen zonnebrandcrème nodig? “Ja, maar als ons ruitje nu weer wordt ingetikt en ze onze koffers meenemen?” denkt Patrick hardop. “Mijn cameratas gaat mee het strand op en als men behoefte heeft aan een grote tas vol vuile pendekken en overige zooi, dan mogen ze voor mijn part hun gang gaan!” breng ik in stelling.

En dus eindigt ook onze laatste anderhalf uur van de vakantie op het strand en komen we oververhit de luchthaventerminal in waar we nog net geen tijd genoeg hebben om onze emmer koffie leeg te drinken. De mensen en het materiaal van Ryanair brengt ons vlotjes naar Zaventem waar Jaap ons op komt halen. Bij een gevoelstemperatuur van -10 staan we in onze korte broek en slippers op hem te wachten.

Het is helaas weer voorbij maar we hebben 3 weken genoten van een mooie, fijne vakantie. De rest van het weekend zullen we nodig hebben om de spullen te wassen; ze zijn helaas niet gestolen en moeten we op zoek naar onze winterkleding.

Het was mij een waar genoegen om u deelgenoot te maken van ons uitstapje en de vele positieve reacties hebben mij aangespoord om het de hele vakantie vol te houden. Er is zelfs een milde vorm van inspiratie door ontstaan om dit vaker te gaan doen. Over 9 weken staat de volgende vakantie gepland. Wellicht tot dan!

0